Tegenwoordig rekenen we met het metrieke stelsel om overal op de wereld hetzelfde systeem van maten ofwel van eenheden te gebruiken.

Een voorvoegsel wordt vóór een standaardmaat geplaatst. Samen vormen deze een eenheid. Bijvoorbeeld een lengte-eenheid als maat voor de lengte of afstand. Het voorvoegsel geeft de grootte van de maat aan.

De voorvoegsels geordend van groot naar klein zijn: k-h-da-m-d-c-m 

 

Inleiding

Voor het meten van de grootheden lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht en tijd worden standaardmaten gebruikt. Dit systeem van maten en eenheden wordt het metrieke stelsel genoemd. Dit stelsel is in de tijd van Napoleon ingevoerd. Voor die tijd was er een grote wirwar aan maten, die per land of streek verschillend waren. Een reden voor het ontstaan van vele misverstanden.

 

Voorvoegsels

Het voorvoegsel geeft samen met de standaardmaat geeft de grootte van de maat aan. In de volgende hoofdstukken leer je over de veel toegepaste standaardmaten.

Maar eerst moet je weten wat de waarden van de voorvoegsels zijn. Bijvoorbeeld de hecto, afgekort tot h, heeft een waarde van 100.

In de figuur hieronder staan de voorvoegsels op de trap van boven naar beneden van 'groot naar klein'. De stapgrootte is een factor 10.

De kilo staat bovenaan de trap omdat deze de grootste waarde heeft. De waarde van de hecto  vind je door te delen door 10. Enzovoort.

 

 

Figuur 1

De stapgrootte tussen de voorvoegsels op de trap is een factor 10. Bij de waarde 1 hoort (uiteraard) geen voorvoegsel.

In de figuur is te zien dat de kilo een waarde heeft van 1000 en de deca een waarde van 10.

 

 

 

 

Een toepassing

Zo is 2 kilometer gelijk aan 2000 meter. De kilo is het voorvoegsel en de meter is de standaardmaat voor de lengte. De kilometer afgekort tot km is een lengte-eenheid. De km is 1000 keer zo groot als de m. Het voorvoegsel gebruik je dus om de grootte van de maat aan te geven.

 

Overzichtstabel

In de tabel hieronder zie je de afkortingen van de voorvoegsels.

Tabel 1

Veel gebruikte voorvoegsels zijn:

k   = kilo = 1000 ( duizend )

h   = hecto = 100 ( honderd )

da = deca = 10 ( tien )

d   = deci = 1/10 = 0,1 ( ééntiende )

c   = centi = 1/100 = 0,01 ( éénhonderdste )

m  = milli = 1/1000 = 0,001 ( éénduizendste )

 

Voorbeeld: voorvoegsels van lengte-eenheden

1 km = 1000 m; 1 hm = 100 m en 1 dam = 10 m

1 dm = 0,1 m; 1 cm = 0,01 m en 1 mm = 0,001 m

 

Dit voorbeeld loopt alvast vooruit op het volgende hoofdstuk.

Naast de lengte-eenheden kennen we nog vele andere maateenheden, zoals oppervlakte-eenheden en inhouds-eenheden. Deze worden nog uitgebreid behandeld.

 

© 2018 MijnRekensite.nl