Met procenten geef je aan hoe groot iets is ten opzichte van het grote geheel. Het geheel kan van alles zijn en komt overeen met honderd procent.

Eén procent staat voor één per honderd ofwel 1/100 deel van het geheel.

Met procenten kun je allerlei berekeningen maken. Bijvoorbeeld uitrekenen wat een nieuwe fiets gaat kosten, als je een korting krijgt van 10% in de opruiming.

 

Waar staat procent voor?

Definitie:

Eén procent staat voor één honderdste deel van het grote geheel.

Het geheel kan van alles zijn. Bijvoorbeeld een geldbedrag.

Het teken of symbool voor procent is %. 

          1    
  1% = 1/100 = ----- deel van geheel  
          100    

 

Met procenten kun je rekenen

Je gaat bij het rekenen met procenten er steeds van uit dat 1% gelijk is aan één honderdste deel van het geheel. Zo is 5% gelijk aan vijfhonderdste deel.

Door te delen door honderd zet je procenten om in een kommagetal. Een decimaal getal is hetzelfde als een kommagetal. Daar is gemakkelijker mee te rekenen.

Bekijk de voorbeelden hieronder goed.

 

Door te delen door honderd zet je procenten om in een kommagetal. 

 

Voorbeelden:

1% = 1/100 = 1 : 100 = 0,01

3% = 3/100 = 3 : 100 = 0,03

54% = 54/100 = 0,54

 

1% van 100 is 0,01 x 100 = 1

1% van 273 is 0,01 x 273 = 2,73

3% van 273 is 0,03 x 273 = 8,19

3% van 273 is 3 x 2,73 = 8,19

110% van 200 is 110/100 x 200 = 1,1 x 200 = 220 *

 

4/25 deel is 4 : 25 x 100%  = 0,16 x 100% = 16%

7 van de 20 is 7 : 20 x 100% = 0,35 x 100% = 35%

 

Ga na dat: 110 : 100 x 200 hetzelfde resultaat oplevert als 110 x 200 : 100.

 

Rekenen met een toe- of afname

Om de toe- of afname te bepalen, kijk je naar de oude en de nieuwe situatie.

De oude of oorspronkelijke situatie is steeds het uitgangspunt.

Onthoud dat deze gelijk is aan 100%. 

 

Toename:

Kostte een fiets eerst 320 euro en daarna 350 euro, dan is de toename 30 euro.

Dus: Nieuw = Oud + Toename 

 

Afname:

Kostte een jas eerst 80 euro en daarna 75 euro, dan is de afname 5 euro.

Dus: Nieuw = Oud − Afname

 

Nieuw = Oud + Toename

Nieuw = Oud − Afname

+ bij een toename en – bij een afname.

 

De oude situatie is gelijk aan 100%.

Is de toename 20%, dan is nieuw 120%.

Is de afname 15%, dan is nieuw 85%.

* Een negatieve toename is hetzelfde als een afname.

 

Uitgewerkt voorbeeld

Een jas van € 80,00 wordt 10% duurder. Wat kost de jas dan?

In de oude situatie geldt dat € 80,00 gelijk is aan 100%.

 

Manier 1:

10% van € 80,00 is 0,1 x 80 = € 8,00. Tel dit bedrag bij de € 80,00 op.

Dus is het nieuwe bedrag € 88,00.

 

Manier 2:

Nieuw = 100% + 10% = 110%.

110% van € 80,00 is gelijk aan 1,1 x 80 = € 88,00.

Dus is het nieuwe bedrag € 88,00.

 

De oude of oorspronkelijke situatie is gelijk aan honderd procent.

 

Controle:

De jas is € 8,00 duurder geworden.

De procentuele toename is dan 8 : 80 x 100% = 10%.

Dus beide berekeningen zijn correct.

 

Nauwkeurigheid

Meestal geef je procenten aan op 1 decimaal nauwkeurig, tenzij er iets anders vereist is.

Voorbeeld:

De verhouding 2 : 3 komt overeen met een breuk van 2/3.

Dit geeft 0,6666... en afgerond is dat 0,667 op drie decimalen nauwkeurig.

In procenten is dat 66,7%.

 

Procenten geef je meestal aan op 1 decimaal nauwkeurig.

 

Handige omrekentabellen

Sommige percentages zijn eenvoudig om te zetten naar mooie breuken en verhoudingen.

En andersom kan ook.

Bekijk daarvoor de handige omrekentabellen.

 

Waar staat promille voor?

Promille:

Soms zie je ‰ staan. Dit betekent promille ofwel één per duizend.

Zo is 6‰ van 2000 = 0,006 x 2000 = 12.

Onthoud dat je deelt door 1000 en niet door 100 zoals bij procenten.

 

Deelname verkeer (voorbeeld):

De hoeveelheid alcohol in het bloed na het drinken van een aantal glazen alcohol wordt uitgedrukt in promille.

Met meer dan 0,5 promille in het bloed mag er niet meer deelgenomen worden aan het verkeer.

Voor beginnende bestuurders gelden strengere eisen.

 

© 2020 MijnRekensite.nl