Getallen geef je weer op een getallenlijn. De getallen worden op de getallenlijn van links naar rechts van klein naar groot geplaatst.

Getallen kleiner dan nul zijn negatief en groter dan nul positief. Negatieve getallen zijn te herkennen aan het minteken (−).

Getallen zijn in soorten of groepen onder te verdelen. Met speciale tekens geef je aan of een getal 'kleiner dan' of 'groter dan' is.

Oefenen: inleiding getallen

 

De getallenlijn

Om beter te begrijpen wat getallen zijn, wordt een getallenlijn gebruikt.

Een getallenlijn is voor te stellen als een liniaal waarop getallen van klein naar groot staan. Links van de nul staan de negatieve en rechts van de nul de positieve getallen. De negatieve getallen zijn te herkennen aan het minteken.

De getallenlijn in figuur 1 heeft een stapgrootte van 1. Het getal bij de (witte) pijl stelt het kommagetal 2,5 voor. Een kommagetal is een getal met één of meer cijfers na de komma.

Je mag ook een andere stapgrootte kiezen. Zo heeft figuur 2 een stapgrootte van 5.

 

Figuur 1: getallenlijn

getallenlijn

  

Figuur 2: getallenlijn

getallenlijn

 

Op een getallenlijn staan getallen van klein naar groot geordend.

 

Onderverdeling getallen

Er zijn verschillende soorten getallen.

De meest gebruikte getallen zijn de natuurlijke getallen.

Dit zijn de hele positieve getallen, te weten: 0, 1, 2, 3, 4, 5, ...

Soms wordt de 0 weggelaten. De nul is neutraal.

De gehele getallen zijn zowel positieve als negatieve getallen: ..., -3, -2, -1, 0, 1, 2, 3, ...

Een kommagetal en een breuk zijn gebroken getallen. Daarover later meer.

 

Getalen zijn onder te verdelen in soorten of groepen.

 

Kleiner of groter dan

Het getal 5 ligt links ten opzichte van het getal 10 op de getallenlijn. Het getal 5 is kleiner dan het getal 10. Een kleiner getal ligt links van een groter getal. Een groter getal ligt rechts van een kleiner getal.

Om aan te geven of een getal kleiner of groter is dan een ander getal worden speciale rekenkundige tekens gebruikt.

Te weten: het 'kleiner dan' en het 'groter dan' teken. Taalkundig kun je ook zeggen: 'minder dan' of 'meer dan'. Zie tabel 1.

 

Tabel 1: symbolen

Symbool Betekenis 
< kleiner dan minder dan
> groter dan meer dan

 

Als een getal > dan 5 is, dan wordt daar een getal groter dan 5 mee bedoeld. Het getal 5 telt zelf niet mee. Dus bijvoorbeeld de getallen: 6, 7, 8, 9, 10, ...

 

Voorbeelden:

  •     3 > 1, dit betekent dat 3 groter is dan 1
  • −10 < 5, dit betekent dat −10 kleiner is dan 5
  •     4 > −10, dit betekent dat 4 groter is dan −10

 

Om te onthouden

Denk een staand streepje vóór het < -teken, dan is in |< de letter k van kleiner dan te herkennen.

 

Nog meer...

Een getal kan ook 'kleiner dan of gelijk' of 'groter dan of gelijk' zijn aan een ander getal. Daar zijn ook symbolen voor. Te weten het ≤ en het ≥ teken. Bijvoorbeeld met ≥ 4 wordt vier of meer mee bedoeld. Bij het vak wiskunde leer je daar mee rekenen.

 

Vraag:

Wat is het verschil tussen 'drie of meer' en 'meer dan drie' personen?

(Antwoord: in het eerste geval telt persoon drie wel mee.)

 

Positief en negatief

Stel je de positieve en negatieve getallen voor als geld dat op een bankrekening staat. Sta je rood bij de bank, dan is je bankrekening negatief en kom je geld tekort. Heb je er spaargeld uitstaan dan is je bankrekening positief en heb je een tegoed.

 

Een positief getal is groter dan nul en een negatief getal is kleiner dan nul.

 

Met positieve en negatieve getallen kun je rekenen.

Een voorbeeld: Een lift vertrekt vanaf 4 meter boven de grond, gaat 9 meter omhoog en dan 6 meter omlaag. De lift bevindt zich dan op een hoogte van: 4 + 9 − 6 = 7, dus 7 meter. Omhoog is positief (+) ofwel erbij en omlaag is negatief (−) ofwel eraf.

 

Weetje

In de oudheid kende men geen negatieve getallen. Getallen werden gebruikt om de grootte van een stuk grond aan te geven. Met het getal nul had men ook moeite.

 

© 2021 MijnRekensite.nl